We zien, we horen, we zwijgen....
Bijgewerkt op: 21 aug
.."Wat nu als alle steunbetuigingen en meningen eindelijk worden omgezet in actie? Wie blijft er dan over?
Naar aanleiding van een bericht op een platform, kon ik het niet laten om een reactie te plaatsen:
..“Lieve mensen, dit is wat er dagelijks aan de gang is. Dit vraagt niet om een mening. Dit is één van de vele shout-outs die dagelijks voorbij komen. Lees eens tussen de regels.
Wat nu als alle steunbetuigingen en meningen eindelijk worden omgezet in actie? Wie blijft er dan over? Ik vraag mij af…
Dit zijn serieuze verhalen. Belevenissen die bij ieder een litteken achterlaten. Ik kan dit alleen maar beamen. Wat ik nooit heb begrepen, is dat wanneer er iets gebeurt op straat, in een park of in je eigen buurt, er zo weinig door omstanders wordt ingegrepen. En ja, ik spreek uit eigen ervaring.
Een persoon die zoiets meemaakt en gelukkig heelhuids terugkomt, wil vooral niet doen alsof alles oké is en het leven gewoon weer verder kan.
Integendeel: iemand die heelhuids thuiskomt, is vaak ‘onderhuids’ van licht beschadigd tot zwaargewond. Wordt daar weleens bij stilgestaan? Het is moedig wanneer zulke ervaringen hier op internet worden gedeeld.
Daarna volgen talloze steunbetuigingen en meningen. Iedereen heeft een eigen optiek en laat van zich horen. Maar hoe zit het buiten internet? Is de mensheid werkelijk daadkrachtig genoeg om samen in te grijpen op het moment dat er zoiets gebeurt?”..
Voorafgaand...
Een nieuwe dag breekt aan. Lichtelijk geïrriteerd word ik wakker door het doordringende geluid van de fan naast mij. De hele riedel draait weer intern en splitst zich automatisch in honderd afslagen: wat ik moet doen, agendapuntjes, werk, thuis, zorgen om de mensen om je heen. “Wat als”-gedachten suizen door mijn hoofd en zoeken maar al te graag naar een goede oplossing.
Eerst koffie. Eerst adem. Dan zien we wel wat de dag brengt.
Een geluksmomentje komt voorbij: ik hoef even niet te rennen om mijn über-oververhitte-zonder-airco-werkende metro te halen. Gosh, wat een rommel om mij heen. Het oventje dat nog moet worden aangesloten. De hordeur die nog steeds sierlijk in een hoekje staat, klaar om vastgezet te worden.
De trigger...
Ik scroll nog heel even op LinkedIn.
Daar kom ik een verhaal tegen dat mij intern raakt. Boos maakt. Machteloosheid komt langzaam maar zeker naar boven drijven. Ik moet iets plaatsen. Reageren. Alle meningen en ideeën komen daar tezamen.
Deze persoon was op een gloednieuw skatepark aan het trainen. Zoals ze zei: “Oortjes in, muziek aan, het was echt een fijne sessie…” Tot er een aantal personen op fatbikes de rust kwamen verstoren. Van woorden tot dreigementen, spugen en vloekwoorden. Omstanders en voorbijgangers deden totaal niets.
Uiteindelijk gingen ze ervandoor. Maar na haar thuiskomst begon het te landen: het niet veilig voelen wanneer je alleen staat. Wat er eventueel kan gebeuren. Het waarom. Omstanders zien het, bekijken het op afstand en lopen door.
Ik vraag me af...
Hoe kan het toch zo zijn dat er totaal niet wordt ingegrepen? Ook al doet een ‘slachtoffer’ melding bij de politie. Ik kan mijn hand ervoor in het vuur steken dat er zat meldingen zijn gedaan. Genoeg.
Maar als ik het van een andere kant bekijk: wordt er wel genoeg gedaan door de omstanders zelf? Het lijkt mij dat je elkaar bij de arm pakt en vraagt om even te helpen. Samen naar het slachtoffer toe lopen.
Een klein gebaar kan al zoveel schelen. Hoe vaak pak je je mobiel om te lezen? Ik bedoel maar: jouw mobieltje heeft ook andere functies. Bellen bijvoorbeeld. In noodsituaties.
Of sterker nog: real-life actie ondernemen.
Naar het slachtoffer toegaan.
Helpen.
Herkenning..
Wie zoiets heeft meegemaakt, kan daar keihard over meepraten. Maar worden wij dan wel gehoord door de menigte om ons heen?
Blijft het hangen?
Vijf à tien minuten misschien. En dan gaat alles door.
Ieder heeft een instinct. Een onderbuikgevoel dat raakt. Je hoort je buren schelden tegen hun kleine grut. Je ziet een verdacht persoon een kind meenemen. Je maakt een gebeurtenis mee waarbij ingrijpen noodzakelijk is. Eerste instantie: nadenken. Ben ik veilig? Heel goed.
Maar stel je eens voor… dan komt het vervolg.
Zal ik het doen?
Nou, eigenlijk liever niet.
En thuiskomend, al scrollend op je mobiel, laat je je mening vrij op Instagram, Facebook, op welk platform dan ook. Puur om je schuldgevoel te laten verdwijnen. Door je uiting te geven op een post die je raakt.
Wegduwen.
Achter je laten.
Niet mijn probleem.
Herkenbaar?
Wat doe je de volgende keer als een dergelijke gebeurtenis zich herhaalt? Neem je een omstander mee en grijp je dan in? Of loop je weer door?
Het is een patroon op herhaling...
Van heden naar verleden. Momenten uit mijn jeugd.
Mijn moeder die haar verhaal wilde vertellen over mijn situatie, wat er was gebeurt. Ze wilde aangifte doen. Zocht hulp. Klopt aan bij de politie. Al deze deuren bleven gesloten.
Ja, sommige deuren gingen open. Onder voorwaarden. “We willen je helpen, maar daar staat ook iets tegenover.” Het maakte van haar een gesloten personage voor de buitenwereld.
Als kind kon ik weinig doen.
Haar bijstaan werd moeilijker. Soms onverdraagzaam door alle muren die zij had opgebouwd. Ze hielp graag met een lach, intern huilde zij elke dag.
Als zesjarig kind groeide ik op in een omgeving waarbij alle gebeurtenissen werden afgesloten tussen de vier muren van ons huis. We hadden een groot gezin. Mijn moeder stond de helft van haar leven er alleen voor.
Als zij iets moest regelen bij een instantie, bureau of kerk, moest er op mij worden gepast. Vaak een zus. Soms een broer. Alles goed en wel, maar bij de vraag waarom mijn moeder weg moest was het antwoord vaak: “Mam is even een boodschapje aan het halen, ze is zo terug..” .
Rode vlag...
Mijn gedachten gingen verder dan een boodschap.
Ik wist het intern wel. Maar mijn uitlatingen werden met zachte woorden weggemoffeld en verbloemd.
Ik voedde mijzelf op met richtlijnen die ik intern had opgeschreven. Waarschuwingen. Prikkels. Net als bij mijn moeder maakten ze ook van mij een gesloten personage. Voor de buitenwereld was ik een lief kind. Rustig in de schoolbanken.
Lief voor de ander.
Lachend voor de buitenwereld.
Intern huilde ik van onmacht.
Ook hier zag de omgeving genoeg. Maar de daadwerkelijke, echt gemeende acties werden sporadisch ondernomen.
Wees een beetje lief voor jezelf, je staat nooit alleen....
Veel liefs, Lisa