Snelheid vult geen gemoedsrust
Bijgewerkt op: 14 aug
Ik moet zeggen: ik schrijf liever iets grappigs met een ondertoon dan dat ik een serieus verhaal neerzet. Maar vandaag kan ik het niet laten om je toch een wake-up call te geven.
Een cliché-dingetje zullen we maar zeggen?
Je prestaties gaan fantastisch. Het algoritme schiet omhoog, je trekt meer klanten aan, misschien zelfs een groot project. Iedereen is trots op je, je gezin, je vrienden, je familie. Ge-wel-dig!
Inmiddels, achter de schermen, ren je keihard om je targets te halen.
Flauw hè, als ik het zo neerleg? Get a life en doe iets nuttigs, hoor ik je denken. Hierbij alvast mijn excuus.
Hoe meer klanten, hoe meer druk om alles op tijd af te krijgen. Je interne stem straf je al gelijk af: “Moet je maar eerder weggaan. Volgende keer wat eerder plannen. Het liefst een half jaar van tevoren.”
Je vliegt de deur uit omdat je je verslapen hebt — ja, het was gisteren gezellig met bubbels — springt in je auto en rijdt stiekem 30 km/u harder om alsnog op tijd te komen.
Een voetganger? Een fietser? Heeft die voetganger wel gewacht tot je voorbij was? Lag er misschien een fietser in de berm die jij over het hoofd zag? Of was er nou helemaal niemand?
Heb je gezien hoe het verkeer reageert wanneer je op het laatste nippertje je auto ertussen propt om die snellere afslag te halen?
Hoe snel sta je op volume 10 te schelden op je voorganger?
Je baas wacht op je productiviteit. Je wilt je collega’s niet teleurstellen, of nog erger: je klant laten wachten. Haast. Snel. Nog sneller. Op tijd. Maar komt je gemoedsrust dan terug?
Nog belangrijker: Hoe snel ben je als je moet ingrijpen?
Je kúnt niet ingrijpen. Je reactievermogen hapert wanneer je schrikt. In een paar seconden is alles voorbij.
The day after: je bent er niet meer.
De omgeving denkt aan je, maar al snel vervaagt het – het leven loopt door.
Wat blijft er wél stilstaan?
Je naasten.
Hun verdriet.
Het geregel rondom jouw afscheid.
Jouw administratie die moet worden afgesloten.
En daarna moeten zij hun rouw verwerken — liever niet te lang, want ook bij hen wacht het werk en het gezin alweer.
Wat doet het met je, met gedachte als je iedereen achterlaat door je eigen stommiteit? Net die 30 km/u te hard. Zou je dan zeggen: “Had diegene maar moeten opletten, ik had voorrang”?
Sta je daarbij stil? Misschien vijf minuten, terwijl je dit leest.
Maar al snel vergeet je het. Je pak je drinken, kijkt nog even tv. Mobiel opzij, gedachten weg.
Herinner je deze tekst dan nog wanneer je de volgende dag weer eens te laat bent? Het zal zich herhalen — tot je bijna botst.
Ervaring leert.
Niet het schrift.
Helaas.
Weet dat snelheid niet altijd de ruimte vult voor gemoedsrust.
Veel liefs, Lisa