Week ratelen, dagen uitslapen
- 12 apr
- 4 minuten om te lezen
Ken je dat? Je hebt een afspraak. Laten we als voorbeeld de tandarts nemen. Echt hoor, ik lieg niet: ik zit dan een week van tevoren al in de ‘interne brainstorm‑modus’. "Om 9 uur de afspraak, de AH‑boodschappen komen tussen 7 en 8, en ’s avonds dat webinar. Red ik dit? De fiets staat achterin de kelder, dus die vijf zakken met oude kleren uit 2019 moeten eerst aan de kant. Hoe laat de wekker?"
Ik zet er dan drie. Achter elkaar. Met een interval van 15 minuten, voor het geval dat ik bij de eerste wekker in een coma lig en bij de tweede denk dat ik een vogel ben. Het is nachtenlang malen zonder dat je het doorhebt. Je weet best dat je brein overuren draait voor dat ene uurtje in de tandartsstoel. Vermoeiend? Zeg dat wel. Je loopt jezelf continu voorbij, terwijl je eigen hersenspinsels je ook nog eens proberen te laten struikelen.
De AH‑thriller
Het begon de avond van tevoren al. Een melding van de AH‑app: de bezorger komt mogelijk wat later. Mijn interne stressmeter schoot direct in het donkerrood.
"Ga ik met de trein? De fiets? Ben ik dan wel op tijd?" Ik schakel Pim in als back‑up. Hij is thuis en heeft geen studiedag, dus dat is een veilige gok. Althans, als je erop vertrouwt dat hij daadwerkelijk zijn bed uitkomt. Hij beloofde plechtig dat hij de wekker zou zetten. (Ik had voor de zekerheid bijna ook drie wekkers voor hém gezet.)
De ochtend van de afspraak: AH‑app checken, OV‑app checken, drie bakken sterke koffie naar binnen gieten, methylfenidaat‑pilletje erachteraan en een recordaantal sigaretten roken. Komt die bezorger nou? "O ja, de lege flessen!"
Kelder‑gymnastiek
Ik storm de kelder in. O brother, nee… De fiets staat natuurlijk weer helemaal achteraan, achter de muur van vergeten spullen. Hup, daar ging ik: volle vuilniszakken naar achteren smijten alsof ik aan het kogelstoten was voor de Olympische Spelen, puur om een weg te banen naar die fiets.
"Heb ’m, yes!"
Terwijl ik de fiets behoedzaam tussen de troep door manoeuvreer, kijk ik achterom. En jawel: daar staat een leger aan boodschappentassen, tot de rand gevuld met lege flessen. Ik parkeer de fiets halverwege, graai zoveel mogelijk flessen mee en wurm me naar buiten. De rest laat ik staan. Dat moet Martijn maar doen. Zijn rommel, niet de mijne (vandaag althans).
Snel weer naar boven, krat open, flessen tellen. O ja, het licht in de hal moet aan, anders tel ik de flessen dubbel. Check de app… nog steeds geen wijziging. Nog maar een bak koffie en een sigaret dan. Je begrijpt: dat pilletje doet inmiddels helemaal niets meer; het verdrinkt gewoon in de cafeïne en de teer.
De “normale” glimlach
Eindelijk: de bel. Ik smeet alles naar binnen, gaf de bezorger het krat en trakteerde hem op een blik van: "Kijk mij eens een functionerend lid van de samenleving zijn." Het was een dwangmatige glimlach. Een tikkeltje eng, waarschijnlijk.
"Bedankt hoor! Fijne dag! Doeeeeeg!"
Deur dicht. Boodschappen binnen vijf minuten opgeruimd (ik weet nog steeds niet hoe). Klok checken: nog een half uur. Tanden poetsen, flossen, gaan! Tas, jas, naar beneden. En dan natuurlijk nóg een keer naar de wc moeten omdat die koffie zijn werk gaat doen…
Buiten was het inmiddels snertweer. Geen paraplu, geen regenjas, en de hemelsluizen stonden wagenwijd open. Teruggaan was geen optie. "Zet ’m op, je kan het!" riep ik tegen mezelf terwijl het water in mijn schoenen liep.
In de stoel
Bij de tandarts kwam ik aan als een verzopen kat met een tong die op de grond hing. Ik probeerde nog een vrolijk "Goedemorgen!" uit te kramen. De assistente keek me aan alsof ik een zojuist opgegraven modmummie was.
Eindelijk mocht ik plaatsnemen. Ik vertelde mijn tragische verhaal over de afgebroken kies. En toen het onvermijdelijke kruisverhoor:
"Waar flos je mee?" "Nou… liever met die houten stokjes."
"Poets je wel twee keer per dag?" "Eerlijk? Nee."
"Dat mag," zei ze droog. "Drink je veel koolzuur?" "Nee, dat niet."
"Hmmm…"
Dat "hmmm" triggerde direct mijn interne planner. Wat bedoelt ze? Is mijn glazuur op vakantie? Moet ik nu elke dag op een wortel kauwen? Er werden foto’s gemaakt en ik mocht een nieuwe afspraak maken. Niet volgende week, maar over een maand. Help. Hoe plan ik dat? Thuiswerken? De fiets? De cirkel begon weer van voor af aan.
De Action‑valstrik
Op de terugweg dacht ik: ik ben er nu toch. Ik heb elastiekjes nodig (haar groeit!), inkt voor de printer, nasigroenten, koek… O, een wijntje voor vanavond? Ja, maar dan ook borrelnootjes. Shampoo! O ja, de zilvershampoo is op!
Ik staarde zo lang naar het schap dat een medewerker vroeg of ik het kon vinden. Ik schrok me wezenloos en mompelde iets vaags over "alles onder controle".
Het mandje werd zwaarder. Ik kocht een ‘spin’ voor op de bagagedrager. Bij de Wibra zag ik goedkoop schoonmaakmiddel voor de douche. Altijd handig. Bij de Trekpleister nam ik anti‑tandsteentandpasta mee (pure paniek door die "hmmm" van de tandarts). En bij de Action vond ik eindelijk fietstassen. En HDMI‑kabels. Maar ik hield me in. Ik ging naar huis.
De ontnuchtering
Thuis plantte ik de fiets weer halverwege de kelder en strompelde met de loodzware tassen naar boven. Bijna de wijn laten vallen, maar ik heb het gered.
De buit? Een extra fietstas, schoonmaakmiddel (waarvan ik nog drie flessen bleek te hebben), een ‘spin’ die nog steeds in de verpakking zit en… jawel… vier tubes tandpasta die ik blijkbaar vorige week ook al had gekocht.
Ik kan er vergif op innemen: de komende dagen ben ik volledig uitgeschakeld. Gewoon, omdat ik een week lang "gerateld" heb voor één uurtje tandarts.