Oliebollen karma is een bitch!
- 12 apr
- 3 minuten om te lezen
Als klein kind kon ik niet wachten tot het feest losbarstte. Alle voorbereidingen die werden getroffen… ja, moeders had het er maar druk mee.
Het begon vaak met oliebollen: het maken van het deeg, vier à vijf bakken vol, netjes in een rij voor de verwarming gezet, afgedekt met theedoeken om te rijzen. De grote gietijzeren pan kwam tevoorschijn en werd gevuld met flessen zonnebloemolie. De keukendeur zwaaide open en mijn moeder bakte appelbeignets en oliebollen alsof ze in een professionele kraam stond. Elke bol werd in een handomdraai omgetoverd tot een perfect rond geheel. Mijn buik gaf alvast een knipoog — klaar om dat eerste crispy hapje te veroveren, terwijl ik vergat iemand eetsmakelijk te wensen.
De geur verspreidde zich door het hele huis en de buurt. Iedereen wist wanneer mijn moeder stond te bakken. Die geur… heerlijk. Het was mijn wake‑up call om naar beneden te stormen en de eerste oliebol te bemachtigen.
Niet alleen mijn moeder was druk bezig, zo ook mijn broers…die gingen de hort op om vuurwerk aan te schaffen net over de grens. Kwaliteit was in hun optiek vele malen beter dan als in eigen land. Alles werd veilig opgeborgen in een koele, droge ruimte tot het "Moment suprême".
Elk jaar was het een soort van wedstrijd tussen mijn familie versus Surinaamse familie van een paar huizen verderop. Wie o wie had het mooiste, meeste en de grootste knallers. Meestal werden de tassen en dozen, propvol gevuld met vuurwerk, tijdens het koffie-uur (rond de klok van 8) naar binnen geloosd. Niet te vergeten ook de doosjes sigaren om het vuurwerk, een soort van, veilig aan te steken.
Bij het aftellen, stonden de gebroeders klaar om bij het getal 2 de sigaren aan te steken en het eerste pot of vuurpijl af te laten gaan. Zodra er luidruchtig "gelukkig nieuwjaar!" in een juichtoon werd gewenst, barstte het geknal los. Alle potten in een rij, vuurpijlen werden stuk voor stuk aangestoken en schoten de lucht in. Tussendoor werden de allergrootste rollen uitgerold en een rits van knallers werden ten gehore gebracht tot aan de andere kant van het blok waar ik woonde.
Al snel had ik mijn nette jurkje vervangen voor een oude spijkerbroek en een warme trui. Ongeduldig sprong ik tussen de mensen heen en weer om maar zoveel mogelijk van alles te mee te krijgen. Het geluksmoment waarop iedereen vrolijk was en de "alle goeds toegewenst"-blikken over en weer schoten.
"Jaaa, ik wil ook iets afsteken!" riep ik dan. Nou mooi niet....ja, in vorm van sterretjes vuurwerk – maar dat was dan ook alles. Het grote werk was alleen geschikt voor mijn broers. Veiligheid voor alles. Dachten ze....
Ikzelf had er soms een hard hoofd in. Zoals die ene keer dat broerlief vergeten was eerst de rits rotjes uit te rollen voordat hij ze aanstak. Of stunten met de hoeveelheid rotjes samengeperst in een pvc buisje. Of die vuurpijl die hij in de grond stak en bleef hangen in het dikke kleiachtige grond. Ik kan je vertellen: Dat was rennen voor je leven – zeg maar –
Ik kon alleen maar intern denken, "....en jij geef mij zo'n klein stoksterretje om te kijken hoe het afbrandt?! Karma is een bitch mister!", ik grinnikte nog eventjes na. Maar goed – gelukkig kon hij alle vingers nog natellen, bleven alle ledematen intact en kon hij later alles, soort van stoer, tot in den treure navertellen.
Nu, vandaag de dag, heeft mijn inmiddels volwassen oudste zoon die aanstekelijke drang om vuurwerk te kopen geërfd. Daar zit ik dan, met mijn goede gedrag en mijn jaarlijkse waarschuwingen vooraf dat het zonde is om een paar honderd euro in luttele seconden de lucht in te schieten.
Die gedachten kunnen we wel vergeten. Want daar kwamen de volgepropte dozen en tassen al aan – en jazeker, alles werd in de hal uitgestald en heilig verklaard.
Maar goed, ik zal maar niet al te negatief zijn. Uiteindelijk gaat het om de pracht en praal, het genieten, en het vasthouden aan die kleine magie van samenzijn. Je leeft maar één keer — dat moet gevierd worden.